Kleincellig longkanker. Een woordje uitleg.

In deze pagina, of rubriek, wil ik een woordje uitleg geven over kleincellig kanker. Kanker is een verzamelnaam voor een vreemde ziekte met vele gezichten, zoals hond een verzamelnaam is voor honderden verschillende rassen. Als je meer wil weten over honden, moet je je verdiepen in de diverse rassen... De naam hond geeft een algemeen beeld, en sluit bijvoorbeeld pluimen of schubben uit, maakt een eerste schifting. Onder de noemer hond ressorteren honderden verschillende soorten.
Het woord kanker is eigenlijk net hetzelfde. Onder deze noemer ressorteren honderden verschillende soorten kanker, die eigenlijk elk hun eigen benadering en behandeling vragen. Alle vormen van kanker beschrijven zou ons hier veel te ver brengen, en zou ook een bijna onmogelijke opgave zijn. Ik wil me dus beperken tot de kanker waartegen ik vecht, een kleincellig longkanker met uitzaaiingen. Aarzel niet om vragen te stellen, om verduidelijking te vragen, of om me te corrigeren als ik ergens fout zou zitten.

Greetz,

Peter.

Kanker diagnose.


Hoe komen artsen tot een diagnose 'kanker'? En wat is het belang van bij deze diagnose?
Bij een diagnose van een kanker is het type kanker van primordiaal belang. Welk soort kanker je hebt bepaalt immers of je kan genezen, overleven (chronisch ziek), of je zal sterven op korte termijn (maximum vijf jaar).
De diagnose van longkanker wordt over het algemeen gesteld na aanhoudende symptomen die op het eerste zich niet leiden tot de conclusie 'kanker'. In mijn geval, bij een longkanker, zijn dit prikkelhoest, pijn in de borststreek, heesheid en/of kortademigheid. Deze symptomen zijn enkele voorbeelden van symptomen die aanleiding geven tot een bezoek aan de huisarts, maar geen kankerdiagnose uitlokken. Meestal wordt er eerst gekeken naar mogelijke allergieën of onderliggende infecties.
Wanneer de klachten aanhouden  is verder onderzoek aangewezen, en dat verder onderzoek volgt dan ook over het algemeen wel.
In eerste instantie wordt een RX thorax voorgeschreven, wat niet meer of niet minder dan een foto van de borstkas betekent. En met een foto bedoelen we dan niet een HD fotootje met een camera, wel een röntgenopname. Voor deze foto zijn radioactieve stralen nodig, ook gekend onder X stralen. X stralen zijn best wel flink radioactief en eigenlijk schadelijk voor ons lichaam, dus artsen zijn voorzichtig met het voorschrijven van dit soort foto's. Ze brengen wel soelaas in het stellen van een diagnose, maar doordat ze ook schadelijk zijn voor het lichaam, worden ze enkel als het absoluut noodzakelijk is voor een gerichte diagnose, voorgeschreven. Eigenlijk wordt dit soort foto's, indien niet echt noodzakelijk, best vermeden.
Wanneer echter hoestsiropen, puffers, of antibiotica geen baat brengen, en de symptomen blijven aanhouden, wordt er toch voor een RX gekozen.
Op zo een RX foto worden dan dikwijls letsels zichtbaar, onder de vorm van 'schaduwen'. Dit kan gaan van ontstekingen, die ook 'littekens' achterlaten tot visualiseren van weefsel dat er niet hoort te zitten. Wanneer er op zo een foto van een orgaan 'schaduwen' te zien zijn, is er nog niet onmiddellijk reden tot paniek. Plekjes kunnen, zoals ik al zei, ook een gevolg zijn van een infectie, een ontsteking. Een beetje vergelijkbaar met een hardnekkige puist die op je huid na genezing een kratertje achterlaat, een litteken. Wanneer echter de 'schaduw' buitenproportionele vormen aanneemt, is er reden tot ongerustheid.
Wat is nu buitenproportioneel?
Bijvoorbeeld, als de schaduw zo groot is dat een infectie wordt uitgesloten, of de schaduwen zo verdeeld en dicht aanwezig zijn, dat een infectie je doodziek had moeten maken, met zeer hoge koorts en je niet 'doodziek' bent, en geen hoge koorts maakt. Beide vaststellingen kunnen en zullen zeer dikwijls leiden tot een diagnose kanker.
Waarom nu?
Dit brengt ons bij: "wat is kanker nu juist"?
Kanker op een verstaanbare en eenvoudige manier uitleggen is niet makkelijk. Maar ik ga het toch proberen.
Ons menselijk lichaam bestaat uit miljarden cellen, die allemaal hun 'taak hebben'. De taak die ze moeten uitoefenen is vastgelegd in de genetische code van die cel. Vergelijk deze genetische code maar met een computerprogramma, dat de functie van die cel 'programmeert'. Cellen hebben een bepaalde 'levensduurte', die korter is dan wij normaal gesproken leven, en worden dus meerdere keren op 'ons' leven vervangen door een kopie, ook wel 'kloon' genoemd, van de cel die 'opgebruikt is'. Zo een cel die aan het einde van haar 'leven' komt, gaat op basis van die genetische code een kopie maken van zichzelf, voor ze afsterft. We hebben zo duizenden verschillende soorten cellen in ons lichaam, elk met hun specifieke taak. Zo zijn er cellen die ervoor zorgen dat wat we eten wordt onderverdeeld in stukjes waar ons lichaam wat aan heeft, of cellen die ervoor zorgen dat onze huid ons verdedigt tegen de omgeving, of cellen die ervoor zorgen dat wat we horen of zien wordt vertaald naar geluiden of beelden die onze hersenen kunnen begrijpen. Er zijn cellen die ons iets zoet of zuur laten smaken, er zijn cellen die ervoor zorgen dat we haar hebben, en nagels aan onze vingers en tenen, maar niet op onze neus. De functie van elke van die cellen ligt vast in deze zo belangrijke genetische code. Er zijn ook 'stamcellen', waar iedereen wel eens van gehoord heeft, en die heel erg aanwezig zijn in onze 'navelstreng', de connectie tussen een  moeder en haar ongeboren kind. Deze stamcellen hebben heel het 'computerprogramma' van heel ons lichaam in hun 'geheugen', en worden vandaag meer en meer belangrijk in het bestrijden van ziektes. Net omdat ze heel het computerprogramma, specifiek voor 'hun' lichaam in hun geheugen hebben. Want de code voor bijvoorbeeld een levercel, is grotendeels gelijk voor iedereen maar nooit helemaal. We hebben dus allemaal voor elke 'functiecel' een code, die voor niemand helemaal hetzelfde is. Stamcellen kennen deze code, van a tot z, voor ieder individu van wie deze stamcellen zijn. Spijtig genoeg verdwijnen deze stamcellen uit ons bestaan wanneer de 'navelstreng' wordt doorgeknipt, bij onze geboorte. Onderzoekers uit de medische wereld zijn  zich intussen wel bewust van het belang van deze 'stamcellen', en hebben manieren gevonden om deze te 'bewaren voor later, indien nodig', maar deze wetenschap staat nog in zijn kinderschoenen. Stamcellen bewaren is duur, heel duur, en er is nog steeds geen 'modus operandi' bij de geboorte van een nieuw mensje om deze cellen te bewaren om eventueel later bij problemen deze stamcellen in te zetten bij behandeling van ziektes. Van jou of mij zijn er geen 'stamcellen' beschikbaar. Moest dit wel zo zijn zou kanker bestrijden makkelijker zijn.
Ons lichaam zorgt er dus voor dat die 'opgebruikte cellen' vervangen worden door nieuwe, zodat we kunnen blijven leven. Naarmate we ouder worden, gaat deze vervanging wat moeilijker, duurt het langer voor de cellen zichzelf kopiëren. Bij oude mensen slagen de cellen er niet meer in een kopie te maken van zichzelf, en worden de opgebruikte cellen niet meer of onvoldoende vervangen. Uiteindelijk zal het menselijk lichaam falen, doordat één of meerdere organen of spieren niet meer mee kunnen, de cellen zijn niet jong genoeg meer, of kunnen zichzelf niet kopiëren, en de persoon in kwestie sterft. Mediaan gebeurt dit na tachtig jaar of meer.

Maar net zoals een computerprogramma wel eens durft te 'crashen', gebeurt dit bij onze cellen ook. Bij een computerprogramma kan je, door een mailtje te openen met een virus een hoop miserie hebben. Je computer doet niet meer wat je verwacht, krijgt kuren, en geeft in het ergste geval geen teken van leven meer. Bij ons 'metabolisme' is dit een beetje hetzelfde. Soms eten, drinken of ademen we wat, dat de genetische code van onze cellen verstoord. En één cel is genoeg. Wanneer een cel in ons lichaam zo een 'computercrash' ondergaat zijn er twee mogelijkheden. Of de cel komt aan het einde van haar leven, en weet niet hoe een kopie te maken, en sterft af zonder gevolg, of de cel maakt een kopie van zichzelf, maar met een verkeerd 'programma'. Verkeerd genoeg om zichzelf te blijven delen, zonder duidelijke functie, maar niet verkeerd genoeg om als 'lichaamsvreemd' te worden herkend.
Wat is lichaamsvreemd? Ons lichaam heeft een leger van cellen, die alles wat niet thuishoort in ons lichaam, en ons ziek kan maken, kan herkennen en aan vallen. Dat leger cellen noemen we 'ons immuunsysteem'. Ziektekiemen die we binnenkrijgen op welke manier dan ook, worden onmiddellijk aangevallen door ons 'leger'. Koorts, je ziek voelen, zweertjes, noem het maar op, zijn tekenen dat ons immuunsysteem in oorlog is. Vandaag helpen we ons immuunsysteem, door middel van medicijnen. Noem het maar versterking van de troepen, van ons lichaamseigen leger. Onze beenmerg en onze witte bloedcellen spelen hierin een hoofdrol. Dit leg ik later wel eens uit.
Kanker is hierin gemeen. Kankercellen zijn geen cellen die we van buitenaf binnen krijgen, het zijn cellen die hun doelstelling verloren zijn, maar wel cellen die uit ons eigen lichaam komen. Ons leger herkent deze cellen dan ook niet als vijand, en gaat deze cellen ook niet aanvallen. We krijgen er geen koorts van, we voelen ons niet onmiddellijk ziek. Om deze reden kunnen deze kankercellen hun gang gaan, tot ze uiteindelijk zoveel plaats innemen dat de functie van de organen waar ze woekeren in het gedrang komt. Wanneer de groep cellen die zonder functie zichzelf maar blijft vermenigvuldigen zoveel weefsel veroorzaakt dat de echte cellen hun werk niet meer naar behoren kunnen doen gaat ons lichaam pas reageren. We ervaren dan pijn, of voelen knobbeltjes, of merken dat er iets zit dat er niet huis hoort. De signalen komen niet vanuit ons immuunsysteem, maar zijn "secundair". Dan pas gaan we naar een dokter, en dat is dikwijls, heel dikwijls te laat.
Kanker is dus geen beestje van buitenaf, een bacterie, virus of schimmel die zijn weg gevonden heeft naar de binnenkant van ons lichaam door voeding, inademing of een wondje, maar is een cel van ons zelf die de draad kwijt is, begint te vermenigvuldigen zonder reden, en zo schade veroorzaakt. Omdat de kankercellen  niet als 'bedreigend' worden herkend door ons eigen immuunsysteem, maakt dit deze ziekte ook zo gevaarlijk, en zo moeilijk te behandelen.

Kort samengevat: Kanker is een ziekte die zijn oorsprong vindt in het 'verstoren' van de programmacodes van lichaamseigen cellen, en omwille van deze verstoring die cellen ongecontroleerd beginnen met zichzelf te vermenigvuldigen. Omdat deze cellen eigen zijn aan ons lichaam zal ons afweersysteem deze cellen niet herkennen als vijand, en dus ook niets ondernemen. Het wordt pas duidelijk dat er wat fout loopt als er andere signalen worden gegeven door ons lichaam, zoals,"er zit een bal zo groot als een appelsien in je buik en die hoort daar niet, dus je zal pijn hebben... ".
Volgende update leg ik uit wat nu die programmacodes kan verstoren.


Mutatie van een gezonde cel naar een kankercel. Wat en hoe?


Om uit te leggen wat een cel mutatie betekent moet ik eerst even kort langs de erfelijkheidsleer gaan.
Iedereen heeft al wel eens gehoord van DNA. Met een DNA test kan er bijvoorbeeld nagegaan worden of een iemand de vader of moeder is van iemand anders. Of kunnen we bij een misdaad met zo goed als stellige zekerheid vaststellen of iemand betrokken is geweest bij die misdaad. Bijvoorbeeld door het DNA te halen uit de zaadcellen van een verkrachter die in het lichaam van een slachtoffer zijn achtergebleven, en dit DNA te vergelijken met het DNA dat we halen uit bijvoorbeeld speeksel van een vermoedelijke dader. Net omdat DNA uniek is voor iedere persoon, is bij een 'match' de betrokkenheid bewezen.
Maar wat is nu DNA juist?
Heel eenvoudig uitgelegd:
DNA (desoxyribonulcleïnezuur) is een biochemisch macromolecuul dat ALLE, en dit is belangrijk, ALLE informatie bevat over wie we zijn, en hoe we er uit zien. Het is een zeer complex molecuul, al lijkt ze op het eerste zicht vrij eenvoudig. En ze zit in elke cel. Of je nu een haarcel neemt, of een cel uit het speeksel, of een huidcel, overal vinden we hetzelfde DNA. Het DNA is voor iedere persoon anders. De samenstelling niet, wel de informatie die er in is opgeslagen. Het maakt een mens uniek.
Het DNA is dus eigenlijk een macromolecuul die het 'computerprogramma' bevat dat ervoor zorgt dat ons lichaam blijft functioneren, en dat ons als mens uniek maakt.
Het DNA zit ook in stamcellen, in de vorige rubriek besproken, met dit verschil dat DNA van de stamcellen gaat kijken naar het orgaan waar ze nodig zijn, en het DNA van orgaancellen alleen maar de orgaancellen kan reproduceren. Dit geeft te maken met de 'actieve' genen (genen leg ik dadelijk uit).
Bij een stamcel zijn alle 'genen' actief. Een stamcel kan dus levercellen maken, of, longcellen, of cellen in onze tanden. Een levercel kan alleen maar een levercel reproduceren. Dit even in de rand.
DNA is opgebouwd uit bouwstenen, die we genen noemen. Een gen draagt eigenlijk een onderdeeltje van het volledige programma mee. Of we blauwe of bruine ogen hebben, groot of klein zijn, donker, blond of rood haar hebben ligt dus telkens in een gen vast. Een gen vormt dus een onderdeeltje van het totale programma. Vergelijk ze met een instructielijn in een programmacode. Alle instructies samen vormen het programma. DNA is opgebouwd uit ongeveer 30.000 verschillende genen.
Elke cel in ons lichaam weet welk gen/genen voor haar belangrijk zijn, en gebruikt deze genen om aan het einde van haar levensduurte zichzelf te kopiëren.
Maar er is een probleem. DNA bestaat uit twee strengen, die een beetje als een spiraalladder uit zien.
Onderstaande foto maakt dit duidelijk.

Dit molecuul is eigenlijk te groot om te kunnen kopiëren. Laat ons stellen dat het RAM geheugen van een zichzelf delende cel te klein is om dit programma in één keer mee te nemen.

Ons lichaam heeft hiervoor een oplossing gevonden. Het DNA wordt opgesplitst in enkele strengen, RNA (ribonulcleïnezuur) genoemd. Deze enkele strengen zijn makkelijker te kopiëren, en worden na celdeling terug samengevoegd tot DNA.

Onderstaande foto toont je een stukje van een RNA streng.

Wanneer er nu iets fout loopt in het kopieerproces, of in de verbindingen die de RNA strengen terug samenvoegen tot DNA spreken we van een 'mutatie'. In de meeste gevallen gaat zo een 'gekopieerde cel' haar zelfvernietigingsprogramma inzetten, en sterft af. Maar soms, heel soms, gaat zo een cel een eigen leven leiden, en begint zichzelf verder te delen, zonder dat ze eigenlijk goed weet waarvoor ze dient. 1 cel worden er 2, 2 worden er 4, 4 worden er 8, 8 worden er 16, 16 worden er 32, enzoverder... Wie een klein beetje een gevoel voor wiskunde heeft snapt dus dat een gezwel, dat bij één celletje begint, snel kan groeien.
Wanneer er door mutatie van zo een cel een gezwel ontstaat, is dat daarom nog geen kanker. Onder de noemer kanker verstaan we de 'kwaadaardige vorm' van zo een gezwel. Een goedaardig gezwel is geen kanker.
Wat is nu het verschil tussen een goedaardig en een kwaadaardig gezwel?
Een goedaardig gezwel ontstaat uit een gemuteerde cel die zomaar begint te delen, zonder de plaats in te nemen van de juiste cellen. Ze dringen dus niet het orgaan binnen waar ze eigenlijk oorspronkelijk voor geprogrammeerd waren, en nemen de plaats ook niet in van de 'goede cellen' in dit orgaan. Ze gaan wel plaats in nemen in het lichaam, en bijvoorbeeld druk uitoefenen op het orgaan waar ze 'buiten' aan het groeien zijn, maar gaan nooit 'in' het orgaan groeien. Je krijgt dan pijn doordat het gezwel duwt, maar het orgaan zelf is verder niet in zijn functie aangetast.
Een kwaadaardig gezwel ontstaat uit een cel die goede cellen 'vervangt' door foute cellen. Het orgaan denkt dus dat het oude cellen vervangt door 'juiste cellen', maar in de plaats komen er 'foute' cellen, kankercellen dus. Er blijven steeds minder 'goede cellen' over, en na een tijdje kan het orgaan zijn functie niet meer uitoefenen. Als dit een vitaal orgaan is, zoals je longen bijvoorbeeld, ga je dus dood. Als je longen geen zuurstof - stikstofhuishouding meer kunnen regelen, stik je en sterf je.
Je kan hier weer de vergelijking maken met een computer. Wanneer je op je computer een programma download dat je eigenlijk niet nodig hebt, zal dit, en vooral als je dat dikwijls doet, je computer vertragen, maar uiteindelijk zal je computer wel blijven doen wat je verwacht. Het duurt allemaal wat langer, en het gaat wat moeizamer, maar hij werkt nog. Een goedaardig gezwel kan je vergelijken met een computer die zo teveel programma's heeft. Wanneer je zo heel veel van die overbodige programma's op je computer zet, zal die het uiteindelijk ook wel opgeven. 
Met andere woorden, een goedaardig gezwel, kan en zal, als je het niet weghaalt, uiteindelijk blijven groeien, de normale werking van je lichaam verstoren en je leven behoorlijk lastig maken. Als er totaal niets aan gedaan wordt ga je uiteindelijk ook dood. Een goedaardig gezwel wordt dan ook met een chirurgische ingreep weggehaald.
Een kwaadaardig gezwel is meer als een virus dat je op je computer binnenhaalt. Het gaat bestaande programma's infecteren, en ervoor zorgen dat je computerprogramma('s) niet meer werk(en)t.
Nu zou je kunnen zeggen: formatteer dan de harde schijf van je computer, plaats de programma's er terug op, en weg kanker. Maar daar stopt de vergelijking met een computer. In ons menselijk lichaam werkt dit niet zo. Vanuit stamcellen, die we in de vorige paragraaf besproken hebben zou dit wel kunnen, moesten we helemaal begrijpen hoe het proces in elkaar zit. We zijn daar nog niet.
Net omdat een kwaadaardig gezwel 'in' een orgaan zit, maakt dit het zo moeilijk om te behandelen. Immers, iemand van wie de longen door kanker zijn aangetast, kan je niet zo maar de longen weghalen. Zonder longen kan je niet leven. Soms, als het kwaadaardig gezwel op één plaats zit, en door de tumor dan weg te snijden, samen met een stuk(je) van het orgaan, kan dit het probleem wel oplossen. Chirurgische ingrepen worden dus gebruikt bij kankerbestrijding. Al kan dit niet altijd.
Heel dikwijls is het orgaan te aangetast om een deeltje weg te halen, en dan zijn er andere behandelingen nodig, zoals chemokuren of bestraling. De verschillende behandelingen leg ik later uit.

Wat veroorzaakt nu zo een celmutatie? En wat zorgt er dan ook voor dat zo een celmutatie kanker wordt?
Hierover zijn boeken volgeschreven, en als we het met stellige zekerheid wisten was er geen kanker meer. Immers, als je een oorzaak kent en die wegneemt, kan er ook geen gevolg meer zijn. Of, geen actie, geen reactie (de derde wet van Newton in een heel ander kader).
Om te beginnen is er het toeval. Of waar de wetenschap vandaag alles aan toeschrijft wat ze niet kunnen verklaren. In kanker ook anders benoemd als 'brute pech'.
Maar er zijn ook aantoonbare oorzaken, en niet altijd even makkelijk te vermijden. Zoals aromaten bijvoorbeeld. Overvloedig gebruikt in van alles en nog wat. In je eten, maar even vrolijk in je zeep waarmee je jezelf wast. Of dacht je dat je zeepje zo lekker ruikt omdat ze er een halve hectare viooltjes hebben ingestopt?
Benzeen en zijn afgeleiden is daar een gevaarlijke in. 
Cyclische koolwaterstoffen genoemd. ofwel PAKS. Polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Die je bijvoorbeeld ook overvloedig vindt in asfalt. Macadam op je oprit, vlak naast je moestuintje is niet onmiddellijk een goed idee. We zijn er ons niet altijd van bewust.
Of asbest. We weten intussen waarom asbest kanker verwekt, dit hier uitleggen brengt ons veel te ver. Maar het zou wel eens kunnen zijn dat de zo mooie lambrisering in de woonkamer van je herenhuis uit de jaren dertig, en gerenoveerd in de jaren zestig, niet uit hout bestaat, maar uit een zeer kunstige imitatie, gemaakt uit asbest. Op zich is dat nog niet echt een probleem, zolang je geen gaten gaat boren in die lambrisering. Dan loop je wel risico.
Maar even vrolijk kunnen de tomaten die ons in de lokale groentewinkel verleiden, de vruchten zijn van genetisch gemanipuleerde planten. Planten waarin we de 'genen' hebben aangepast om ze meer en dikkere vruchten te laten maken. De vruchten van deze planten hun programmacode is ook veranderd, en we zijn er nog niet achter of dit de programmacode van onze cellen ook kan veranderen.
Er zijn ook nieuwe virussoorten die de genetische code van onze cellen veranderen. Ze gebruiken onze cellen als gastheer om zichzelf te vermenigvuldigen, maar soms loopt die herprogrammering fout, en lopen we kans op 'mutatie'.
Kanker vandaag uitsluiten is dus eigenlijk mission impossible. 
We kunnen er wel wat aan doen om de risico's te beperken. Niet roken, geen of zo goed als geen alcohol consumeren, van drugs afblijven, overgewicht vermijden, voldoende bewegen, proberen 'gezond' te eten, onze werkomgeving zorgvuldig kiezen. Al is dat niet altijd even makkelijk. Er zijn nu eenmaal geen 300.000 vacatures voor boswachter...
Maar het biedt geen garantie. 1 op 3 krijgt voor zijn 75e levensjaar één of andere vorm van kanker in onze westerse wereld. De kans dat je een Euromillions wint is 27.000.000 keer kleiner... Of andersom. De kans dat je kanker krijgt is 27 miljoen keer groter dan de kans dat je een euromillions jackpot wint.
Iets om over na te denken, niet?

In de volgende rubriek leg ik het verschil uit tussen kleincellig en niet kleincellig kanker, en wat dit betekent voor je overlevingskansen en levensverwachtingen.

Kleincellige kanker en niet kleincellig kanker (ook wel grootcellige kanker genoemd)

We weten nu wat kanker kan veroorzaken, en hoe, zeer rudimentair uitgelegd, kanker in zijn werk gaat. Er zijn honderden verschillende soorten kanker, eenvoudigweg omdat we honderden verschillende soorten 'normale cellen' hebben die kunnen muteren tot een kankercel.
We kunnen die wel opdelen in twee grote groepen.

Kleincellige kankers
Niet kleincellige kankers (grootcellige kankers).

De onderverdeling is gemaakt op basis van 'fysieke eigenschappen van de kankercel. Een 'grootcellige kanker' is een veel grotere cel dan een 'kleincellige kanker'. Het is vooral de manier waarop ze zich gedragen en de behandeling van de twee groepen kankers die het verschil uit maken.

Laten we eerst even een grootcellige kanker bespreken.
Een grootcellige kanker is, wat men noemt, een traag groeiende kanker. Met andere woorden, het is een kanker die niet gaat woekeren. De fouten In de DNA codes (de mutaties dus) zorgen ervoor dat er een cel ontstaat die zich gaat delen zonder dat haar functie duidelijk is, maar aan het tempo dat een gezonde cel zou delen.
Dit soort kanker wordt dan ook makkelijk tijdig gevonden, dikwijls door preventieve onderzoeken. Tijdig vinden betekent dat de tumor wordt ontdekt voor hij 'grote vormen' aanneemt, denk maar aan knobbeltjes is de borst, of op de baarmoederhals. Voorwaarde is wel dat die preventieve onderzoeken worden uitgevoerd. Regelmatig bezoek aan een genycoloog voor vrouwen, ten minste jaarlijks, en een uroloog voor mannen boven de veertig om het prostaat te laten onderzoeken, kan deze grootcellige kankers tijdig opsporen, en maakt de behandeling makkelijker. Bij tijdige opsporing zijn de kansen op uitzaaiingen van de kanker klein, niet onbestaande, maar wel klein, en is een gerichte behandeling makkelijker, en zijn de overlevingskansen behoorlijk groot. Met andere woorden, van een grootcellige kanker kan je genezen. Op voorwaarde dat die tijdig is gevonden. Laat je daarom regelmatig controleren, zeker als kanker in je familie voorkomt. Een rectaal onderzoek van het prostaat is voor mannen zeker geen 'plezante' ervaring, maar prostaatkanker te laat ontdekken en die laten behandelen is nog veel minder prettig, en veel intensiever dan het preventief onderzoek.
Je goed informeren, zodat je de symptomen herkend kan ook helpen. Wacht niet met een arts te bezoeken als je pijnlijke knobbeltjes ontdekt in de borst, last hebt van een droge aanhoudende hoest, of je lever je opspeelt. Een bezoek aan een arts kan je leven redden, het uitstellen omdat je bang bent voor de diagnose kan je je leven kosten.

Grootcellige kanker laat zich door zijn 'traag groeiende kenmerk op verschillende manieren behandelen. 
Zeer dikwijls wordt in eerste instantie gekozen voor een chirurgische ingreep, aangevuld met bestralingen en/of chemotherapie. De overlevingskansen variëren van 60 tot 100 % op vijf jaar en meer. Wat de verschillende behandelingen betekenen leg ik in een volgende rubriek uit.

Over nu naar kleincellige kanker.
Dat is een ander paar mouwen. Kleincellige kankers zijn zeldzamer, ongeveer 12% van de kankers zijn kleincellig. Maar kleincellige kankers groeien zeer snel, en zaaien zeer makkelijk uit. Ze veroorzaken dezelfde ongemakken dan grootcellige kankers, maar tegen de tijd dat een persoon met deze ongemakken een arts consulteert, is de kanker meestal reeds of groot, of verspreid in het orgaan, en over het algemeen uitgezaaid naar andere organen of weefsels. 
Ze zijn ook 'intelligenter', en vinden steevast een weg rond de behandeling. Doordat de kanker bij ontdekking in 97% van de gevallen reeds is uitgezaaid, zijn de behandelingsmethoden dan ook veel kleiner. Chirurgisch verwijderen is dan geen optie meer, want de revalidatieperiode na zo een ingreep geeft de metastasen (uitzaaiingen) de kans om verder te woekeren. De enige behandeling die onmiddellijk en zowel voor de moedertumors als de uitzaaiingen kan werken is chemotherapie. Ze zullen de kankercellen aanvallen, en de tumors doen krimpen, tot de tumor een weg rond de behandeling vind, met andere woorden, weer muteert in een resistente versie. De overlevingskansen van dit soort kanker is dan ook nihil. De levensverwachtingen van een persoon met kleincellige kanker met uitbreiding (met uitzaaiingen dus) zijn redelijk confronterend.

87 % van de patiënten is dood binnen het jaar na de diagnose.
93% binnen de twee jaar.
97% binnen de drie jaar.
99 % binnen de vier jaar.
99,7 % binnen de vijf jaar.
100%  binnen de vijfenhalf jaar.

Dit is vooral te wijten aan de woekerende aard van de tumor, en de intelligentie van de cellen om steeds te muteren in aan de behandeling resistente versies. Het arsenaal aan wapens dat de medische wereld vandaag heeft is te beperkt om een kleincellige kanker volledig uit te doven. 
Chemotherapie, eigenlijk de aangewezen behandeling valt de kanker aan, maar ook gezonde weefsels, onder meer je beenmerg, je zenuwstelsel en je hersenen. Dikwijls moet een behandeling dan ook gestopt worden omdat de gezonde weefsels niet meer voldoende of helemaal niet meer herstellen. Het stoppen van de chemotherapie betekent voor de kanker dat hij dan zijn gang kan gaan, door gaat woekeren, en de patiënt binnen de acht tot twaalf weken na het stopzetten dood.
De tweede doodsoorzaak ligt in de kanker die telkens een omweg vind rond de behandelingen, en er geen enkele behandeling meer werkt. Dan gaat de kanker ook kunnen woekeren, en de patiënt doden op dezelfde termijnen.
Er is dus eigenlijk vandaag geen kans om te 'genezen' van een kleincellige kanker. Er kan alleen tijd gekocht worden.

Voor de patiënt zijn dikwijls de nevenwerkingen van de chemotherapie meer nefast dan de ongemakken van de kanker. Door de agressieve vorm van de kanker is een agressieve behandeling noodzakelijk. Met alle gevolgen van dien. Die agressieve behandelingen kunnen maar gedurende een beperkte periode worden toegediend. Net omdat de chemokuren ook gezonde cellen aanvalt. Het lichaam moet na zo een behandeling een rustperiode worden gegund, zodat de gezonde weefsels kunnen herstellen. Gewoonlijk loopt een eerste behandeling over zes maanden, met dan een rustperiode van drie tot vier maanden. Langer niet, want tegen dan is de tumor ook voldoende hersteld, en  gaat heropstarten. 
De behandeling wordt dan dikwijls herhaald.
In een enkel geval vind de kanker een omweg rond de lopende behandeling tijdens de behandeling. Dan wordt het probleem pas echt manifest. Er kan dan geen 'rustperiode' worden gegund aan de patiënt, en moet er onmiddellijk gestart worden met een nieuwe, anders werkende chemotherapie.
De groei van de tumors kan dan worden gestabiliseerd, of zelfs teruggedrongen, maar de goede, gezonde weefsels liggen ook terug onder vuur, en hebben geen tijd gekregen om te herstellen. Vitale weefsels, die als ze hun werk niet kunnen doen, kunnen en zullen door hun falen ook dodelijk zijn.

Ik ben zo een zeldzaam geval. De kanker reageerde in eerste instantie uitstekend op de chemotherapie, maar vond halfweg die behandeling een manier om de niet meer door de chemo te worden aangetast. Dat werd duidelijk bij de onderzoeken na de volledige behandeling. Een noodzakelijke rustperiode kon dan ook niet, er moest onmiddellijk een tweedelijnsbehandeling worden gestart. Deze behandeling doet zijn werk, de tumors zijn onder controle, maar het gezonde weefsel krijgt het ook te verduren, en ik heb steeds meer tijd nodig om te recupereren van een chemo aanval op de gezonde weefsels. Met andere woorden, de bijwerkingen worden ernstiger. In die mate dat de dosissen van de chemo's moesten verlaagd worden. Het gevolg is dat de tumoren terug langzaam, zeer langzaam terug groeien, maar de bijwerkingen niet meer levensbedreigend zijn. Het is wat dansen op een slappe koord, en een evenwicht zoeken. Over de bijwerkingen van de verschillende behandelingen kom ik later in dit artikel terug.
Het besef dat verlaging van de dosissen het levenscomfort verhoogt, maar de levensverwachting doet dalen is voor de patiënt dikwijls confronterend.
Het is kiezen tussen minder last hebben van bijwerkingen, maar beseffen dat je sneller zal sterven, of je dood enkele maanden tot in uitzonderlijke gevallen 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen